Onze eregalerij

Home

Bestuur 1950-heden

 

Foto's en films

 

De oprichting

door Ben Jeursen

Het was een spannende dag, die 16de februari 1950, toen Giram officieel opnieuw werd opgericht. Er waren daaraan wel de nodige informele bijeenkomsten voorafgegaan, maar die dag was het dan zover. Een groep voetbalenthousiastelingen wilde lekker voetballen en koos een bestuur. De nieuwe voetbalvereniging werd een onderafdeling van de personeelsvereniging Giram. De heer Harlaar, die portier was bij de giro en voorzitter van de personeelsvereniging, had connecties in de Amsterdamse voetbalwereld en zag kans aan de Velserweg bij Z.G.S.O. een veld te huren. We mochten gebruik maken van de kleedruimten die bestonden uit een hok met kledinghaken, banken aan de kant en een aantal kranen boven een zinken bak.
We konden beginnen. De contributie werd vastgesteld op ƒ1,00 per maand. Als tenuekleuren kozen we het geel en blauw van de hollerithkaarten, de Amerikaanse ponskaarten uit die jaren, voor debet en credit, verdeeld over een geel shirt en blauwe broek met blauwe kousen. De spelers moesten zelf de benodigde spullen aanschaffen. Eventueel werden de kosten voorgeschoten door de club die dan in termijnen konden worden terugbetaald. We begonnen de competitie met twee elftallen, die om en om thuis speelden.
Er werd met veel enthousiasme gespeeld, hoewel het ook toen al moeilijk was volledige teams op de been te brengen. Er kon dan ook geen speler gemist worden. Feest, of geen feest, je moest komen voetballen. Zo kon het gebeuren dat een speler die 12½ jaar getrouwd was, toch voor zijn feest het veld betrad. Een andere keer kwam er een speler rechtstreeks van een trouwpartij op het stadhuis in een taxi naar het voetbalveld, terwijl hij zich onderweg omkleedde. Nood brak wet, zodat er soms onder een valse naam gespeeld werd. Zo werd de zieke George Kreuger geschorst omdat zijn vervanger zich niet correct had gedragen.

Jaren lang hebben we op de Velserweg vertoefd totdat het sportcomplex werd opgedoekt en de clubs andere onderkomens moesten zoeken. Door mijn contacten met de sporttoto kwamen we in gesprek met Gold Star, dat ons wel als onderhuurder wilde huisvesten. Ook die vereniging moest vertrekken van de Velserweg en kreeg een paar terreinen op Sportpark Sloten. Giram sloot zich dus aan bij Gold Star en het feit dat we 23 jaar op Sloten zijn gebleven, bewijst wel dat dit een goede keuze was. Gold Star bleek een gastvrije vereniging: we werden daar altijd prima ontvangen en hebben er een heel leuke tijd gehad. Tante Alie, Trui, Fietje en Henny deden alles voor ons en mannen als Leen Enthoven en Joop Tuinman waren onze grote vrienden. Nooit was hun iets te veel en bij een gebrek aan spelers konden we zelfs een beroep op hen of hun zonen doen. Werd het tweede nog op de Velserweg kampioen, het eerste werd dat bij Gold Star. Beide elftallen hebben zich steeds in de hogere afdeling kunnen handhaven, al was dat soms met kunst en vliegwerk.
Behalve het voetballen organiseerde Giram ook wel eens feestavonden. Meestal waren ze succesvol en ging het door tot diep in de nacht. Henk Vitalli verkocht eens voor zo’n feestavond meer kaarten dan dat er plaatsen waren, onder het motto ‘er blijven er toch wel een stelletje thuis’. De spanning was groot toen de laatste gasten zich meldden. Gelukkig liep het goed af en kon iedereen zitten. De bestuursleden echter stonden de hele avond!

Financieel ging het moeizaam en moest er de eerste jaren zuinig gewerkt worden. Bestuursvergaderingen waren altijd bij iemand thuis. De kosten werden steeds zo laag mogelijk gehouden en er werd van de spelers niet meer gevraagd dan wat strikt noodzakelijk was. Dat Giram hierdoor een goedkope club was, bewees het volgende: een groep studenten wilde gaan voetballen in competitieverband. Ze vroeg bij de KNVB naar de goedkoopste vereniging van Amsterdam. Dan moet je bij Giram zijn, antwoordde de KNVB.

De supportersschare van Giram is altijd indrukwekkend geweest

Inderdaad hebben er ooit twee studententeams bij Giram gespeeld. En we hebben een bijzonder derde elftal gehad. Maar daar zal een van mijn opvolgers over schrijven.

 

 


 



 

 

 

 

 

GIRAM en Goldstar

door Ger Merkelijn

GIRAM heeft vele jaren als onderhuurder bij Goldstar gespeeld op het sportcompex SLOTEN.
In het begin van de jaren 70 was het contact met het Goldstarbestuur uitstekend. Dit werd nog versterkt nadat de nieuwe kantine tot stand was gekomen. Dit ging niet zonder slag of stoot, maar dat is weer een verhaal op zich. Belangrijk vond ik – naast de goede  verstandhouding met het bestuur - het plezierige contact met de kantinedames en -heren van Goldstar. Tante Fie Mobron, tante Alie Gingnagel en tante Trui Enthoven, geassisteerd door hun respectieve echtgenoten, verwenden ons geweldig. Het gebeurde dan ook wekelijks, dat de GIRAM-leden na een thuiswedstrijd pas na 10.00 ‘s avonds huiswaarts keerden.
Tekstvak:
Voor de families Mobron, Gingnagel & Enthoven was dat geen enkel probleem. Zij bleven schenken en hapjes klaar maken. Er ontstond een heel fijne sfeer, met gezellige Jordaanmuziek, zodat het moeilijk was om op te stappen.
Tekstvak:  Foto Ger & Ben in kantine.

Ja, die Goldstar kantine had wel wat. Ook onze tegenstanders bleven vaak heel lang “hangen”. Ik heb het dan ook altijd spijtig gevonden dat GIRAM deze lokatie heeft opgegeven.

Tussen Goldstar en Giram is er een paar maal een klaverjastoernooi gehouden. Om en om werd dan de organisatie ter hand genomen. Het ging er heel gezellig aan toe. Een paar van Goldstar tegen een paar van Giram. Na 16 spelletjes werden de totalen opgeteld en na 3 ronden kon de einduitslag worden opgemaakt. Het was altijd een heel gereken, alles uit het hoofd, want een telmachine was er nog niet. Tussendoor werd dan het nodige ingenomen, zodat de stemming alleen maar steeg en er met de nodige hilariteit werd gekaart. Ik herinner me nog een keer, dat wij de organisatie in handen hadden. Rinus Grewer, Kees de Vries en ik moesten de lijsten verzamelen en tellen.
Nou van Kees de Vries hadden wij niet veel hulp, die was aan de genever. Er kon geen glaasje meer onbeheerd staan of Kees had de inhoud daarvan al geconsumeerd. Na afloop is hij door Rinus aardig boven zijn theewater thuis gebracht.

 

Zaalvoetbal

Aan het einde van de jaren 60 kwam het zaalvoetbal in zwang. Mede door de wedstrijden van de NCRV op de TV, hoewel die spelregels heel anders waren.
Met 2 teams startte GIRAM en beide teams werden “gesponsord” door de Gemeentegiro, die later opging in de Postbank. Wij kregen kleding en tassen in de kleuren geel/blauw, dit in verband met de oorspronkelijke kleuren van de Gemeentegiro (en ook die van Giram).
Het 1e team bestond aanvankelijk uit uitsluitend personeelsleden van de Giro zelf en het 2e team uit Girammers. Al vrij snel werden de beste spelers in het 1e team opgenomen en de overige spelers vormden daarmee dus het 2e team. Beide teams waren het 1e jaar succesvol en direct werd promotie naar een hogere klasse bereikt. Er werd aanvankelijk nog in de oude RAI gespeeld, maar spoedig werden er overal sporthallen gebouwd en moest GIRAM overal in de stad en omgeving aantreden.
Door het zaalvoetbal ontstond een toename van spelers en van contributie, maar ook van kosten, hetgeen weer tot een spanningsveld met het “veldvoetbal” leidde.
Tekstvak:  Tekstvak:  Foto zwart wit begin

 

 

 

 

 

 

 

Het zaalvoetbal is door de jaren met wisselend succes bedreven, met af en toe een team met mogelijkheden. Toch heeft het zaalvoetbal Giram op een hoger plan gebracht.

 

 

Zaaltraining OHS/HEAO, Raamplein

Jarenlang werd elke woensdagavond de wekelijkse training afgewerkt. Dat gebeurde in de gymnastiekzaal van de Openbare Handelsschool (OHS) – later werd dit een HEAO – aan het Raamplein (vlakbij het Leidseplein). De aanvang was om 18.30 uur, het einde rond 20.00 uur.
Onder leiding van Arie Maljers werd dan eerst getraind: oefeningen, lopen, starten, enz. Daarna werden de partijtjes afgewerkt: 3 tegen 3 met een vooruitstekend stukje muur als doel.
Als de bal dit stukje muur raakte, was er een doelpunt gemaakt, maar… er mocht niet van afstand geschoten worden. De scorende partij mocht blijven staan; de andere moest het veld verlaten voor een nieuw team van 3. Het doel was met je driemanschap zo lang mogelijk in het veld  te blijven en alle andere teams af te troeven. Dat lukte de ene keer beter dan de andere keer.
Natuurlijk is het wel eens geprobeerd op een veld te gaan trainen, ofwel met een andere club ofwel op Sportpark Sloten, waar een trainingshoek met verlichting was. Dit alles echter bleek steeds van korte duur en dan werd er toch weer teruggevallen op de zaaltraining, die per slot van rekening ook niet slecht was voor de zaalvoetballers. Andere voordelen waren: het was droog (soms warm) in de zaal en de training ging altijd door, ook tijdens vakanties. Pas bij de overgang van Goldstar naar DWS werd de zaaltraining er aangegeven en is er definitief op de veldtraining overgegaan.

Markante GIRAM-spelers

Bill Geraerdts heette in feite gewoon Willem, maar is door Herman Lequin een keer Bill genoemd, welke naam door iedereen bij Giram is overgenomen. Bill speelde stopperspil. Hij trainde nauwelijks, wat ons de eerste wedstrijden altijd punten kostte. Eerst na 5 wedstrijden kreeg Bill de vereiste conditie om de midvoors van de tegenpartij af te stoppen. Bill hield ook van de buitenspelval. Maar helaas niet alle scheidsrechters hadden daar voldoende kijk op, zodat ook dit (te) vaak mis ging. Beroemd zijn zijn duels met Co Wendels van Electro. Het pleit voor Bill, dat hij nooit naar de noodrem greep en altijd correct speelde.

Erelid Rinus Grewer was vele jaren de doelverdediger van Giram en een goede! Hij wilde graag voor de wedstrijd lekker ingeschoten worden. Beetje balvastheid krijgen, weet je wel. De spelers voldeden meestal aan deze opdracht. Soms echter duurde het intrappen wat langer, waren tegenstander of scheidsrechter te laat. Uit verveling gingen onze jongens dan dollen en schoten de bal keihard langs Rinus tegen het doelnet. Deze reageerde dan niet meer. Hij zag dat niet zo zitten. Vervelend was dan wel, dat als de wedstrijd begonnen was, Rinus zich kon laten verrassen door een afstandsschot.
Maakte de tegenstander evenwel Rinus kwaad door b.v. onreglementair inlopen, dan keepte hij vervolgens een “berenpartij” en kwam er geen bal meer langs hem. Behalve een goede doelverdediger was Rinus ook jarenlang een uitstekend secretaris voor onze club.

Arie Maljers, ook al ere-lid. Of was het Arie Baljers? In het begin stond hij als zodanig in de ledenadministratie. Arie is volgens mij in achterliggende periode met stip de beste voetballer van Giram geweest.
Wat een spelinzicht, welk een traptechniek. Tenminste, als hij niet de “bokkenpruik” op had! Want indien dat het geval was, was er met Arie geen land te bezeilen. Ik herinner me de schitterende vrije trap tegen RKAVIC in vrijwel de laatste minuut, waarmee wij nog juist op gelijke hoogte (2–2) kwamen.
Arie heeft ook zijn trainersdiploma gehaald en was bevoegd Giram te trainen, wat hij vele jaren achtereen heeft gedaan.

Eerst op latere leeftijd (hoewel ook toen nog een “youngster”), na een hartoperatie, mocht Willem de Vries, lid van verdienste, gaan voetballen. Willem was een stevige speler, die zijn lichaam goed gebruikte. Ik zei altijd, dat Willem een goed doordringingsvermogen bezat. Dat kwam ons af en toe goed van pas. Aanvankelijk speelde hij als spits en toen de snelheid door de leeftijd wat achteruitging, werd hij laatste man.
Willem was van zijn vak timmerman. Giram heeft van zijn vakbekwaamheid vaak gebruik kunnen maken. Willem overleed een aantal jaren geleden.

Henny Jansen was een aantal jaren onze vaste laatste man. Zijn groot en stevig figuur boezemde menig tegenstander ontzag in. Samen met Kees de Boer en ondergetekende vormde hij in die jaren het hart van de verdediging.Zijn specialiteit was de strafschop. Die zat altijd. Laag en hard ging elke bal tegen de touwen. De keepers van de tegenpartij kregen geen enkele kans de bal houden. Ik herinner me de halve finale voor de beker tegen Amstelveen. De strafschopstip was niet te vinden, zodat de scheidsrechter deze ging opmeten. De man had blijkbaar grote stappen, want de bal lag ongeveer op de rand van het strafschopgebied. Veel te ver voor de meeste penaltynemers, behalve voor Henny, die onberispelijk scoorde en Giram daarmee in de finale bracht, die wij helaas verloren.

Henny Paal werd ons eerste lid van Surinaamse afkomst. Een gentleman, altijd goed gesoigneerd en keurig in het pak. Hij kon ook nog aardig voetballen. Met de nodige souplesse schakelde hij zich in en hij kon leuke rushes langs de lijn opzetten. Hij speelde de langste tijd in de Giramverdediging.

Eén van de betere spitsen, die voor Giram is uitgekomen, was Harold Boldewijn. In zijn topjaren scoorde hij wekelijks en kon hij hele verdedigingen “dol draaien”. Harold was ook een Surinamer en had er vaak last van, dat hij vanwege zijn huidskleur werd uitgescholden. Het pleit voor hem dat hij zich daardoor absoluut niet uit zijn spel liet halen.

Als het zonnetje lekker scheen, bloeide Harold helemaal op. Er werd dan gezegd: “Harold, jouw weertje!!” en meestal speelde Harold dan de “pannen van het dak.”

 
 







 
 
 

 

 

 

 

 


Content & design
Gram Publicaties